zondag 23 september 2018

Dag 7: 17 juli 2018, Auburn (ME) – Bar Harbor (ME) 131 mijl

Vandaag hebben we een reisdag op het programma staan met als eindbestemming Bar Harbor op Desert Mountain Island.
We hoeven pas om 12 uur uit te checken en we besluiten het rustig aan te doen. De tuin van het huis loopt tot aan de rivier en bij de rivier staat, net als bij de veranda, een zitje. Een betere ontbijtplaats kan een mens zich niet wensen. Helaas is in het hele huis geen theezakje te vinden dus het is een karig ontbijtje van alleen een bakje yoghurt. Esmée heeft bedacht dat ze achter in de tuin bij de rivier, thee wil drinken en dat gaat maar niet uit haar hoofd. Na het ontbijt gaan we dus op zoek naar de buurtsuper om een doos thee te kopen. En die vinden we dus ook; een family pack met 100 zakjes. Geeft niet, we hebben ze en dus drinken we even later thee bij de rivieroever. We pakken alles in en als we alles in de auto laden, begint het te regenen. Het zal de rest van de dag niet echt meer droog worden. We rijden een stuk binnendoor en komen terecht in Monmouth, waar het harder begint te regenen als we uitstappen bij het gemeenschapshuis.

We belanden uiteindelijk bij de plaatselijke bakker annex koffieshop voor koffie en wat lekkers.
We hopen nog even dat het wat minder gaat regenen, maar helaas, het zal de hele dag nog nat blijven. Cachen zit er dus vandaag niet echt in. Tussen de middag stoppen we even in Augusta, de hoofdstad van Maine, om even te lunchen. We rijden op het gemak door en belanden uiteindelijk aan het eind van de middag in Ellsworth waar we even door de hoofdstraat wandelen. Er is een winkeltje waarbij de palen op de waranda omkleed zijn met een dekje waar je wensen op kunt aanbrengen. We maken van de gelegenheid gebruik om wat meer vrede op de wereld te vragen. Even verderop is een winkel waar vijftig verschillende ondernemers hun verzamelingen hebben ondergebracht in drie verdiepingen met van alles en nog wat. Je kunt het zo gek niet bedenken, ze hebben er hier een veelvoud van.

Dus spaar je Marilyn Monroe zaken, dan vind je hier portretten, beeldjes, boeken, foto,s etc., etc. En zo hebben ze die ook van andere filmsterren, kerstmannen, Batman, de Marvel-helden, ook in de originele stripboeken. Ze hebben natuurlijk ook vinyl platen, cassettebandjes, 8-tracks, videobanden in alle formats en natuurlijk de bijbehorende afspeel-apparatuur. Dit noem je met recht een uitdragerij. Dan op naar de eindbestemming van vandaag, de Sunnyside Motel & Cottages, een klassiek motel met een waranda waar de stoeltjes al uitnodigend klaar staan. Het is inmiddels droog geworden en zo zitten we even later toch nog in het avondzonnetje een koel drankje te nuttigen.

Reageer hier

Dag 8: 18 juli 2018. Bar Harbor (ME) - Acadia National Park (ME) 57 mijl

We beginnen vandaag rustig met een ritje vanuit ons motel naar Bar Harbor. Bar Harbor is een klein plaatsje met een kleine 5000 inwoners. In de zomermaanden wordt het voornamelijk bevolkt door duizenden toeristen die Acadia National Park willen bezoeken en dan natuurlijk Bar Harbor aandoen voor de toeristenwinkeltjes, de outdoor/sportzaken en de horeca.

Bij de haven kijk je naar Bar Island, dat via een getijdeverbinding met het vaste land is verbonden. Van twee uur voor tot twee uur na laag water kun je deze vaste verbinding te voet oversteken. Wij posten een kaart bij het postkantoor en lopen dan een outdoorwinkel binnen waar ze Teva’s verkopen. En laten ze nou net een paar hebben dat Esmée leuk vindt, waardoor ze deze vakantie toch gewoon op Teva’s kan blijven wandelen. We bezoeken de haven, wandelen door de winkelstraat, en pikken gelijktijdig nog even een paar caches mee. We brunchen even bij café This Way om daarna Acadia National Park te gaan bezoeken.

Acadia National Park werd door een groepje filantropen, waaronder de bekende John D. Rockefeller jr. gesticht in 1916 als het Sieur de Monts National Monument. Ze wilden deze prachtige natuur beschermen en kochten steeds stukken land aan (konden ze met hun fortuinen makkelijk doen). Op 26 februari 1919 werd het een National Park met de naam Lafayette National Park als eerbetoon aan de Markies de la Fayette, een invloedrijke steunbetuiger aan de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd. Op 19 januari 1929 werd de naam van het park veranderd in Acadia National Park zoals het nu nog heet. Het park kent een loop way (eenrichtingsverkeer) die langs alle bekende plekken van het park loopt. We kopen bij het Hull Cove visitor centre een park pass en beginnen aan onze tocht. Die voert ons langs Sand Beach, Otter Cliff, Thunder Hole en Cadillac Mountain.

Bij Sand Beach willen de meeste toeristen bij mooi weer aan het strand liggen. Wij kiezen voor een wandeling langs de Great Head Trail, die aanvankelijk makkelijk begint, de weg klimt geleidelijk, maar in het laatste deel daalt de route behoorlijk over rotsen en gravel. We komen uiteindelijk veilig bij het strand en vandaar weer bij de parkeerplaats waar de auto staat. Otter Cliffs is niet echt spectaculair, maar er ligt een cache, dus die zoeken we even. Thunder Hole is een opening in de rotsen aan de kust waar bij hoogtij de golven een donderend geluid laten horen. We moeten hier echt achter in de rij aansluiten, want het is er een drukte van belang, terwijl er niets te zien of te horen is.

We zijn er niet bij het goede tij, dus we horen de rollende donder van het water in de rots niet. Wel menen verschillende toeschouwers dat er een walvis voor de kust ligt, weeer anderen zeggen twee, een moeder en een baby. Wij zien hem of haar niet, maar de aah’s en ooh’s zijn niet van de lucht, dus mogelijk is er toch iets te zien wat wij niet zien, of er is sprake van massahysterie waarbij niemand voor elkaar wil onderdoen; we sluiten niets uit. Cadillac Mountain is een tochtje naar het hoogste punt van het eiland (466 meter) waar je een mooi uitzicht hebt naar alle kanten van het eiland. Wij genieten mee. Tijd om terug te gaan naar onze tijdelijke verblijfplaats, maar niet nadat we ons eerst tegoed gedaan hebben aan de plaatselijke folklore, een hapje kreeft eten.

We monsteren aan bij Trenton Bridge Lobster Pound en bestellen een salade met kreeft. Buiten worden de kreeften gekookt in met hout gestookte kookpotten, dat kan de smaak niet beïnvloeden, maar ziet er misschien authentiek uit. Wij vindend de kreeft op de salade te koud en daardoor ook een beetje taai, maar het is wel echte Maine lobster en daar ging het tenslotte om. Bij ons motel drinken we nog een drankje op de veranda, lezen nog een stukje en vinden het dan wel weer genoeg geweest voor vandaag.

Reageer hier

Dag 9, 19 juli 2018. Bar Harbor (ME) – Bangor (ME) – Quebec (QU) 268 mijl

Vandaag een echte reisdag die ons vanuit het nationale park over de grens naar Quebec zal brengen. Tegenover ons motel ligt een cache in het bos die we nog wel even willen vinden. In plaats daarvan worden wij gevonden door de muggen die hun dagelijkse rantsoen in een keer ter beschikking krijgen. We rijden naar Bangor. De stad is het belangrijkste commerciële centrum voor het oosten en noordoosten van Maine, maar voor ons van belang omdat we onze reis er even kunnen onderbreken voor een bezoekje aan het plaatselijke casino. We blijken nog in hun systeem te staan omdat ze een connectie hebben met een casino in Memphis, waar we blijkbaar ooit geweest zijn. We hebben vandaag niet helemaal onze dag en dus blijven we er ook niet zo lang.

De weg naar Quebec is er een met veel gezichten, soms rijden we over het platteland, dan weer door kleine dorpjes, langs stroompjes en rivieren en naar de grens toe wordt de weg ineens een stuk breder. We passeren allerlei leuke plaatsen met namen als Polen, Athens, en Moscow en bij die laatste plaats blijken bewoners langs de weg een muur versierd te hebben met vogelhuisjes in alle vormen, maten en kleuren. We rijden via plaatsjes met de namen als West Forks en Jackman, dat laatste noemen ze zelf Switserland of Maine; vraag ons niet waarom. Het is wel het laatste dorp voor de Canadese grens en dus voor iedereen de gelegenheid om nog even de tank te vullen. Ook wij doen eraan mee. We nemen bij het benzinestation, annex winkel, annex snack shop, nog even een grote beker fris en een grote beker koffie en nuttigen die in het parkje bij de rivier. Daar eten we ook de laatste tomaten en nectarines – er mag niets mee Canada in – en rijden dan naar de grens. Esmée denkt dat bij de grens alles uit e wagen moet en ze heel streng zullen zijn, niets is minder waar.

Ze keuren ons nauwelijks en blik waardig, stellen de routinevragen en zo zijn we binnen vijf minuten de grens over op weg naar Quebec. De weg is goed onderhouden en rijdt lekker door. Het is even wennen om in kilometers in plaats van mijlen te denken en gelukkig heeft onze auto een instelling dat de elektronische teller ook kilometers kan weergeven. We schrijven dat we naar Quebec rijden, maar eigenlijk is onze bestemming vandaag Levís. De stad net aan de andere kant van de rivier Fleuve St. Laurant die Levís scheidt van Quebec. We hebben gezien dat er een pontje is dat rechtstreeks vanuit Levís naar het hartje van Quebec vaart. Dat lijkt ons een strak plan omdat je in centrum Quebec natuurlijk je auto nergens kwijt kunt. Nabij Levís wordt het verkeer iets drukker en met behulp van Google Maps navigeren we rechtstreeks naar onze eindbestemming. We passeren steile straten en rijden uiteindelijk over de boulevard naar onze bestemming. Dat is even zoeken omdat we bij nummer 6010 moeten zijn en voordat we het weten zijn we er al voorbij. Nummer 6010 blijkt een shopje te zijn naast een parkeerterreintje waar je voor CAD 15 kunt parkeren. Als wij het parkeerterrein oprijden willen ze ons natuurlijk onmiddellijk laten betalen tot we vermelden dat we een AirB&B hebben bij La Traverse. De dame die de parkeertickets verkoopt blijkt ook de sleutel van ons appartementje te hebben. Dat blijkt een ingang te hebben op het parkeerterrein en uiteraard mogen we voor niets parkeren. We blokkeren met onze truck een uitrit waar auto’s geparkeerd staan, maar volgens de dame is dat geen probleem. Ze gaat ons voor in het appartement dat van haar baas is en dat is alleraardigst.

Alles wat je nodig hebt zit erin, niet altijd op de plaats waar je het verwacht, maar het is ruim, schoon, praktisch en comfortabel en het blijkt recht tegenover de ferry terminal, dus 50 meter lopen. We krijgen advies over waar we kunnen eten en zitten 10 minuten later met een drankje op het stoepje voor ons appartementje op de parkeerplaats;
gekke plek misschien maar het appartementje is prima, de plek is uitstekend, dus wat kan het ons schelen waar de ingang is. Wij eten een hapje bij de plaatselijke brouwerij waar ze beter bier kunnen broeuwen dan eten koken. We wandleen nog even naar het evenemententerrein dat schuin tegenover ons huisje ligt en zien het typische van Canadees outdoor entertainment. Een combi van (klassieke) muziek, dans, performance en popmuziek van een bandje. Heel gezellig allemaal, maar na een dagje autorijden is he voor ons om 21:30 wel welletjes. Bij ons appartementje horen we niets van het festival, terwijl het toch maar 200 meter bij ons vandaag is. Prima plek toch?



Reageer hier

Dag 10: 20 juli 2018. Levís (QU) – Quebec (QU) – Levís (QU). 0 mijl

We hebben gehoord dat we om 8:30 uur ontbijt krijgen. Wij denken dat er een mandje voedsel wordt afgegeven, maar in plaats daarvan komt de eigenaar van het appartementje persoonlijk ons ontbijtje klaarmaken.

Pierre is een gepensioneerde die het blijkbaar leuk vindt zijn gasten persoonlijk van ontbijt te voorzien. Met zijn koeltasje vol vers fruit, een omeletje dat versbereid wordt met een plak ham dat door zijn vrouw persoonlijk is bereid en geroosterde broodjes. De bordjes worden opgemaakt met sla en tomaat. Potje thee erbij, jus d’orange en we kunnen de dag goed beginnen. Pierre is van origine een nazaat van geëmigreerde Duitsers. Hij is nu eigenaar van het parkeerterrein en twee aanpalende gebouwen. Links een souvenirwinkeltje en rechts een koffietentje. ’s Morgens loopt er een jongetje van 18+ op het parkeerterrein om de tickets te verkopen, samen met Pierre en ’s avonds is er de dame van gisteren. ’s Morgens zijn de tarieven CAD 10, ’s middags CAD 15 en ’s avonds tijdens het festival zelfs tot CAD 25, marktwerking heet dat. Zo is Pierre de hele dag bezig. Pierre spreekt goed Engels, wat geen gemeengoed is hier in deze Franstalige regio en Jos probeert zoveel mogelijk Frans met hem te spreken. Pierre lijkt het te waarderen en daardoor ontstaat er een grappige nieuwe taal tussen de twee heren: anglo-french. Als wij gaan eten trekt Pierre zich bescheiden terug en verlaat het appartement.
Na het ontbijt vertrekken we met de ferry naar Quebec. Het paleis en het fort domineren het beeld vanaf de rivier. De ferry doet er een kleine 20 minuten over om de andere kant te bereiken. Daar aangekomen blijkt Quebec een aangename plaats voor toeristen. De binnenstad is geheel ommuurd, een restant van de vroege historie van de stad. In 1608 stichtte Samuel de Champlain de eerste permanente vestiging in Canada, aan de Saint Lawrencerivier, op de plaats waar nu de stad Quebec ligt. De Britten ondernamen verscheidene pogingen om hun Noord-Amerikaanse koloniën uit te breiden ten koste van Nieuw-Frankrijk. Uiteindelijk versloegen zij in 1759 het Franse garnizoen. In 1763 stond Frankrijk zijn koloniën in Canada af aan Groot-Brittannië. De bewoners van Quebec, de Québécois eisten dat er Frans gesproken zou blijven en uit angst voor rellen werd dit door de Britten toegestaan. Dus tot op de dag van vandaag wordt er Frans gesproken.

De oude kern van de stad bestaat uit een bovenstad en een benedenstad. De benedenstad langs de oever van de rivier is het oudst; het had dankzij de aanwezigheid van de haven vooral een handelskarakter. De bovenstad op de kaap Diamant had vanouds vooral een militaire, administratieve en religieuze functie; de meeste gebouwen dateren tegenwoordig uit de negentiende eeuw. Wegens plaatsgebrek in de benedenstad ontwikkelde de bovenstad zich in de twintigste eeuw als het stadscentrum. Lange tijd was het lage deel voor het gewone volk en de upper town voor de elite. Wij wandelen door de lower town met al zijn toeristenwinkeltjes en banen ons langzaam een weg naar het bovenste deel. Hoewel het warm is, is het goed te doen. Onderweg komen we langs een prachtige muurschildering die verschillende beroemde personages uit de geschiedenis portretteert. Je moet er alleen niet zijn als er een buslading Aziatische toeristen is uitgeladen, want dan nemen die het tableau “over”. Bij de VVV krijgen we een map met een wandelroute die we die dag veelvuldig gebruiken. We wandelen over de Rue St. Louis die vooral door horeca en winkels wordt gedomineerd. Vlak voor de stadspoort kunnen we naar het fort.

Omdat dat een militaire kazerne is, kun je er alleen binnen onder begeleiding. Jos heeft in zijn leven al verschillende kazerneterreinen mogen bezichtigen, dus die is daar niet zo’n fan van. We horen wel dat als we even wachten we de wisseling van de wacht kunnen zien. Jongens met berenmutsen op staan twee uur lang op wacht voor de kazerne. De aflossing heeft een hoog toeristengehalte.

Er wordt een extra rondje gelopen, dat geen enkele functie heeft, maar voor de fotografen en filmers extra tijd oplevert voor de gewenste plaatjes en beelden. Buiten de muren ligt het parlementsgebouw van Quebec, dat nu gerenoveerd wordt. Hoge schuttingen zorgen ervoor dat je niet al te veel van het werk kan zien. Hier en daar is er een kijkgaatje opdat de echte liefhebber toch de vorderingen enigszins kan volgen. Onderweg lunchen we even op een terras, salade en een biertje. Als we verder lopen komen we bij een kerk die tegenwoordig dienstdoet als verkooppunt van tweedehands boeken, lp’s, films, video en andere memorabilia uit de vorige eeuw. Ook hier worden lege godshuizen dus hergebruikt. Terug lopen we via de Boulevard René Lévesque, die ons terug de stad terug invoert.

Ook deze straat wordt gedomineerd door kleine middenstand en kroegen met microbrouwerijtjes, allemaal net iets moderner dan eerder gezien, het lijkt ons een straat in opkomst. Weer binnen de stadsmuren is het onmiddellijk drukker en hier wordt het straatbeeld gedomineerd door toeristenshops en toeristenhoreca.

En ook in deze stad is er het gebruikelijke entertainment door muzikanten en straatartiesten. Quebec maakt op ons een vriendelijke en toegankelijke indruk. Tijd om terug te keren en de pont te nemen naar Levís, waar we vriendelijk begroet worden door de parkeerwachtster. We besluiten vandaag echt letterlijk om de hoek te eten, een tentje waar ze Poutine maken, een echte Quebec specialiteit, een soort friet met vlees, stukjes kaas en jus, klinkt misschien raar maar het smaakt een beetje als een frietje stoofvlees. Jos heeft wat spare-ribs, waarbij het vlees van het bot afvalt. Ligt een beetje buiten ons dieet, maar is wel heerlijk.

Het festival duurt nog even en we wandelen nog even over het festivalterrein, zelfde acts als gisteren, dus we blijven niet al te lang. In het appartementje kijken we nog even het Canadeese nieuws om te horen dat er nu reeds meer dan 880 misdrijven met wapens zijn gepleegd in Toronto dit jaar; er is twee dagen geleden weer een dodelijk schietincident geweest. De wapenlobbyisten argumenteren dat het niet aan de legale wapenbezitters ligt, maar juist aan de illegale, dus de wet hoeft wat hun betreft niet veranderd te worden. Wij zijn blij dat we in Nederland van dit soort discussies gevrijwaard blijven. Over drie dagen gaan we naar Toronto, dus een beetje geïmponeerd zijn we wel. Ernstige gedachten voor het slapengaan.

Reageer hier

Dag 11, 21 juli 2018: Levís (QU) – Tweed – Montreal (ONT) 182 mijl

Vandaag verwent Pierre ons met vers fruit (geen aardbeien vandaag vanwege de allergie van Jos maar sinaasappel en grapefruit) en wentelteefjes. Jos moet even mee naar buiten, want hij blokkeert de uitrit van een andere gast van Pierre. Pierre stelt ons onmiddellijk aan elkaar voor en zo weten we dat we beiden uit het onderwijs komen, hij als docent geografie aan de universiteit van Minneapolis; hij heeft net nog een artikel gepubliceerd in een tijdschrift waarvan de naam ons niet onmiddellijk bekend voorkomt. Pierre verbroedert alle gasten. Na het eten maken we even een wandelingetje in de stad Levís. We moeten daarvoor wel even een stevige trap opklimmen. De stad ligt 50 meter hoger dan de kustweg, waar wij logeren.

Opmerkelijk wat mensen zoal in hun tuin aan voertuigen parkeren. Het is een bijna Frans sfeertje met een tabac (kranten, bier en wijn), een mooi ommuurd kerkje met muurschildering en een rustig parkje. Een uurtje later zijn we klaar voor vertrek. Als we even later uitchecken nemen we allerhartelijkst afscheid en als ik hem bedank voor zijn gastvrijheid riposteert Pierre dat hij iedere dag de opdracht krijgt van zijn vrouw om goed voor de gasten te zorgen. Ik verzeker hem dat hij zijn vrouw gerust kan stellen, wat ons betreft. Pierre hoopt dat we nog een keertje terugkomen en ik zou zeker bij een volgend bezoek aan Quebec een van zijn appartementjes willen boeken.

We nemen de binnendoor route naar Montreal en passeren allerlei kleine plaatsjes, waarvan de namen niet blijven hangen. We willen eigenlijk een lunch-stop in Trois Rivieres, maar door de binnenwegen komen we daar nooit op tijd voor de lunch aan. We lunchen even in het dorp Tweed, waar we bijna terechtkomen in de jaarlijkse fancy fair. We eten een klein hapje en drinken een Belgisch biertje (Grimbergen) die hier volop geschonken worden, ze zijn zelfs op de tap aanwezig. Op onze wandeling naar de rivieroever, komen we terecht in het plaatselijke kerkje, pittoresk. In Trois Rivieres stoppen we om even de benen te strekken en we wandelen in de binnenstad en komen hier en daar piano's tegen die voor ieders gebruik klaarstaan.

We lopen ook langs de Rue des Urselines, waar de nonnen van de gelijknamige orde gewoond hebben die de inheemse bevolking hebben willen bekeren. Om wat tijd te winnen besluiten we daarna de snelweg te nemen. Daardoor komen we tegen rush hour aan in Montreal. Iedereen had al gezegd dat we er rekening mee moesten houden dat je dan echt vast zit in het verkeer, maar omdat het weekend is, valt het uiteindelijk allemaal wel mee. We komen eigenlijk zonder file de stad in en vinden onze AirB&B zonder problemen.
We hebben dit keer een souterrain appartement, waarvan de andere bewoners zich nauwelijks bewust zijn dat het verhuurd wordt. We logeren in het universiteitsdeel, 100 meter van het Hilton Gardiner hotel downtown af. Dat zal ons herkenningspunt worden als we de stad gaan verkennen. Parkeren wordt mogelijk een probleempje, dat mag zonder vergunning eigenlijk nergens, maar als we de uitgebreide instructie van de verhuurster nogmaals doorkijken komen we erachter dat ze een afgesloten parkeerplaats achter het huis heeft. Onze auto past er ternauwernood in, maar het is een afgesloten plekje en dat geeft ons een rustig gevoel. We wandelen ’s avonds nog even in de stad in om iets te eten bij een Ierse pub en zien in de binnenstad winkels van alle groter merken en warenhuizen. Eigenlijk bij toeval komen we terecht in een feestspektakel, wat we niet verwacht hadden. Just for Laughs is een festival dat jaarlijks in juli in Montreal wordt gehouden, het grootste openlucht comedy festival in de wereld. Er zijn optredens van bekende artiesten in theaters en voor het publiek zijn er kleine en grote optredens van comedians en muzikanten in de openlucht.

Voor kinderen is er apart vermaak in een straat nabij het festivalterrein ingericht. Erbij is een heel terrein ingericht met foodtrucks and kraampjes; voor weinig geld kun je hier hun kwaliteiten beoordelen. Zo te zien smaakt het de meeste mensen voortreffelijk, evenals het bier dat van allerhande brouwerijen en brouwerijtjes wordt geschonken.

We wandelen over het terrein, verbazen ons soms over de grootsheid van dit festival en wandelen dan door de straten terug naar onze AirB&B. Het was weer een lange dag met veel indrukken.

Reageer hier